De groep die ‘loopt’ – Bruggenloop 2016

MasBlog, Persoonlijke ontwikkeling

Bruggenloop 2016.

Ik verkeer me in het startvak. Om mij heen staan, zo als de organisatie het aangeeft, 12.000 andere hardlopers. Maar ik denk dat er misschien wel eentje thuis zit vanwege een blessure of andere omstandigheden. Ongeveer 11.999 andere hardlopers dus.

Het startschot blijft afwezig. Zoals vaak. Toch jammer, als ik daar zo over na denk. Maar aan de andere kant, schrikken van een keiharde knal laat mij eerder bevriezen en rennen, dus; afijn.
De spanning wordt verder erg goed opgebouwd met een walibi-disney-rollercoaster-achtige spannende muziek, waarna er zonder fade-in keihard overgegaan wordt in Jingle Bells met een ferme beat. Ik nam aan dat dát het startschot was, dus .. het wachten begon. Dat heb je nu eenmaal met 11.999 andere starters. En vanaf het startschot tot het moment dat ik over de startlijn mocht gaan, die 1,5 minuut, begon mijn voorbereiding. Ik kreeg er zin in!

Het voordeel van een groot startvak is dat, hoewel de buitentemperatuur onder de 10 graden hangt, de temperatuur erg aangenaam is. En van persoonlijke noot; gelukkig zonder de geur van tijgerbalsem. Langzaam en zeker begon ik veel zin te krijgen in de 15 kilometers die voor mij liggen. Er schijnen ook 6 bruggen onderweg te verschijnen, hoewel het mij vooral ging om de Erasmus en natuurlijk, de Van Brienenoord brug. Hemelse hoogtemeters.

Maar dan.

De trein van het rode startvak komt traag op gang. Ik incasseer het feit dat het de eerste twee kilometers een interval wordt. Al versnellend zoek ik de ruimte op, laat ik mijn hartslag geleidelijk oplopen en pas ik ademhalingstechnieken toe om, ondanks de versnelling in tempo (en hoogte, de eerste brug was er eerder dan ik gevoelsmatig wilde), mijn hartslag op het gewenste niveau te houden.

En toen.

Zocht ik de groep op. Mijn groep. Mijn groep? Ja, mijn groep. De hardlopers voor mij, die hetzelfde tempo lopen als ik. Hardlopers, die ook een interval wilden houden aan de start van hun 15 kilometer. En samen zijn we een groep. Een groep die versplinterd en verspreid loopt over weg, pad en gras. Maar we komen weer samen.

Eindstand.

De groep komt samen, maar het bleek niet meer een groep. De groep noemde ik de interval groep. De groep om even in terug te vallen. Om rust te vinden. Om mijn hartslag terug onder controle te krijgen. Om mooie t-shirts te bekijken. (waarom staat er zo veel op functionele t-shirts?) (oke, dat is wel een mooie print) (de business runs zijn duidelijk aanwezig) (ben ik de enige ‘particuliere’ loper hier?) (nee, gelukkig, daar loopt een vrouw op haar gemak te lopen) (oh, en daar een wat oudere meneer. prachtig. ik hoop later ook nog te kunnen lopen) (hardlopen is verhalen maken) Ik lees de t-shirts en verbeeld mij de verhalen erachter. Ik merk dat ik ontspannen loop, ik ga analytisch denken. Verhalen proberen te lezen. (ik verdwaal)

Waar is mijn groep? Daar! Terug in de groep.
(ja, gewoon dat gele shirtje volgen) (wel goed opletten, want iedereen heeft 50 tinten geel aan) (de mannen dan, de vrouwen hebben roze) (wat is dat toch met die kleuren?) (ja, het is wel vrolijk) (wel blijven opletten, dat gele shirtje)

Waar is mijn groep? Volgens mij ben ik nu de groep.
(tijden van schuilen is voorbij, nu mag je het zelf doen) (wel fijn, zo’n groep..schuilen) (schuilen is veilig) (de groep is veilig) (laveren is nodig) (wel blijven opletten) (terug in de groep) (veilig, dit is veilig) (maar zo kom ik niet verder) Ik liep sneller dan mijn groep en ik constateerde dat ik nu vooraan liep. Het was tijd om mijn gedachten achter mij te laten. De vertrouwde gedachten van de afgelopen twee kilometer moest ik gaan omzetten in een focus die zou aansluiten op mijn gevoel: een snel tempo, een nieuw PR en een voor mij nieuwe wijze van inrichten van een wedstrijd: progressief.

Dus liep ik elke 5 kilometer sneller.

Dankzij groep 1, groep 2 en groep 3.

Groep 3 is nog wel erg leuk om te benoemen. Groep 3 was eigenlijk een duo, inclusief mijzelf. Het was namelijk een man, gelijke leeftijd, gelijke snelheid en volgens mij zelfs gelijke paslengte. Hoe dan ook; in de laatste twee kilometer van de wedstrijd. De weg is vlak, tempo neemt toe en we concurreren in het begin. We starten hijgend het gesprek: “Deze laatste twee doen we sterk, oke?” Oke. Dus we versnellen. Houden vast. Versnellen. En vervallen. We pikken elkaar op en laten horen dat we het beide moeilijk hebben. Ik ken zijn naam niet. Hij ook niet die van mij. Wat we wel weten, is dat we een groepje zijn. Samen. Hij geeft aan dat hij een PR ziet aankomen. “Waar wacht je dan op?” zeg ik droog. Het motiveerde hem, precies zoals ik het bedoelde. Een paar honderd meter voor de streep pikte ik hem voor het laatst op. “Ik zie je PR, kom!” Ik liet hem niet merken dat ook ik stuk ging, maar aan mijn tempo was het niet te herleiden. Als groep gingen we over de streep. Hij duwde mij, ik duwde hem. Ik weet nog steeds zijn naam niet. Hij ook niet die van mij. Maar wel dat we beide een PR hadden gelopen.

Foto: Rob van Efferen, More Than Cycling